0416 - 33 69 31 info@sgdeoverlaat.nl
Zoeken
Vacatures Office 365 Login Menu

Leerlingenstatuut

 Artikel 1 – Begripsbepalingen  

In dit leerlingenstatuut wordt verstaan onder:

Bestuur: de Raad van Toezicht van de Stichting Samenwerkingsschool "de Overlaat"
Leerlingen : alle leerlingen die op de school ingeschreven staan
Medezeggenschapsraad : het vertegenwoordigend orgaan van de hele school
Ouders : ouders/voogden/verzorgers van leerlingen
Personeel : schoolleiding, onderwijsgevend en onderwijsondersteunend personeel
Schoolleiding : de centrale directie en de directeuren
School : scholengemeenschap "de Overlaat"
Mentoren : docenten die voor begeleiding van de leerlingen van een klas en voor het contact met de ouders van die leerlingen aangewezen zijn
Onderbouw : de leerjaren 1 en 2
Bovenbouw :

de leerjaren 3 en 4


Artikel 2 – Leerlingenstatuut

1. Het leerlingenstatuut regelt de rechten en plichten van leerlingen, voor zover die niet in strijd zijn met relevante wet- en regelgeving.
2. Het leerlingenstatuut is van toepassing op leerlingen, bevoegd gezag, personeel en ouders
3. Het leerlingenstatuut wordt vastgesteld door het bevoegd gezag na instemming van de medezeggenschapsraad (art. 27d).
4. Het gewijzigde leerlingenstatuut treedt in werking op 1 augustus 2005 en heeft een geldigheidsduur tot en met 31 juli 2009
5. Het leerlingenstatuut kan tussentijds worden gewijzigd door het bevoegd gezag, met instemming van de Medezeggenschapsraad.
6. Indien het leerlingenstatuut niet wordt gewijzigd voor de afloop van de geldigheidsduur, wordt het geacht ongewijzigd verlengd te zijn voor een periode van vier jaar.
7. Het leerlingenstatuut wordt op een plaats die voor iedereen toegankelijk is, ter inzage gelegd.
8. Het leerlingenstatuut is voor iedereen ter inzage op de website van de school: www.sgdeoverlaat.nl


Artikel 3 – Vrijheid van meningsuiting

1. Indien door de leerlingen gewenst, stelt het bevoegd gezag media beschikbaar waarin leerlingen hun mening kunnen uiten.
2. De vrijheid van meningsuiting, zoals vastgelegd in de Nederlandse grondwet, wordt door iedereen gerespecteerd.
3. De schoolleiding is alleen bevoegd een publicatie te verbieden, wanneer deze in strijd is met de wet of de goede zeden of wanneer het schoolbelang erdoor geschaafd zou worden.De schoolleiding licht in zo'n geval haar beslissing toe aan de redactie. Indien de redactie met deze beslissing niet akkoord gaat, kan het geschil worden voorgelegd aan de geschillencommissie conform het in artikel 17 bepaalde.
4. Wie zich door een ander in woord en/of geschrift beledigd voelt, kan een klacht indienen conform het gestelde in de "Algemene Klachtenregeling"
5.

Indien de klacht gegrond wordt geacht, worden passende maatregelen getroffen.


Artikel 4 – Vrijheid van vergadering

1. Leerlingen hebben het recht van vrijheid om te vergaderen.
2. Met de schoolleiding worden afspraken gemaakt omtrent plaats en tijd van de vergadering binnen de schoolruimten.
3.

De schoolleiding is bevoegd bijeenkomsten binnen de school te verbieden als zij in strijd zijn met de wet. Beroep conform art. 17 is ook hier mogelijk.


Artikel 5 – Privacy

1. Van alle leerlingen zijn door de school gegevens geregistreerd. Leerlingen en ouders hebben het recht van inzage in hun gegevens. Indien de gegevens niet correct en/of onvolledig blijken te zijn, worden ze gewijzigd en/of aangevuld.
2.

De geregistreerde gegevens worden alleen aan derden verstrekt, als dit vereist wordt ingevolge een wettelijk voorschrift of als de leerling, c.q. zijn/haar ouders, daar uitdrukkelijk schriftelijk toestemming voor gegeven hebben.


Artikel 6 – Ongewenste intimiteiten/seksuele intimidatie

Indien een leerling zich gekwetst voelt door een ongewenste intimiteit/seksuele intimidatie van de kant van medeleerlingen of schoolpersoneel, kan hij/zij zich wenden tot de vertrouwenspersonen van de school, te weten: mevrouw M. Jacobs en de heer N. Hoeben. In artikel 2 van de beleidsnotitie algemene klachtenregeling staat de interne procedure aangegeven. Deze procedure is ook opgenomen in de schoolgids. De algemene klachtenregeling ligt ter inzage bij de administratie van de school. Het beleid inzake bestrijden en voorkomen van seksuele intimidatie, racisme, agressie en geweld is een integraal onderdeel van de klachtenregeling.
De school is aangesloten bij de landelijke klachtencommissie. Klachten die niet intern worden opgelost of niet bij een geschillencommissie kunnen worden ingediend, kunnen worden doorgegeven aan deze landelijke klachtencommissie.

Artikel 7 – Toelating

De normen van toelating, de procedure van toelating en de beroepsmogelijkheden bij niet-toelating van aspirant-leerlingen worden door het bestuur vastgesteld in samenhang met de bestaande wettelijke regelingen en gepubliceerd in de informatiemap en schoolgids van de school. Deze map wordt door de administratie op verzoek ter hand gesteld.

 Artikel 8 – Onderwijskwaliteit

1. Leerlingen hebben recht op kwalitatief goed onderwijs, overeenkomstig het schoolwerkplan.
2.

Indien een leerling meent dat het geboden onderwijs onvoldoende kwaliteit heeft kan hij/zij dit gemotiveerd kenbaar maken aan de mentor, respectievelijk de schoolleiding. Indien de leerling meent, dat zijn/haar klacht niet naar behoren behandeld wordt, kan hij/zij zich wenden tot de commissie zoals genoemd in artikel 17 van dit statuut.


Artikel 9 – Overgang, keuze van onderwijs

1. Het bevoegd gezag stelt de normen vast, waaraan een leerling moet voldoen om naar het volgende leerjaar bevorderd te kunnen worden. Deze normen worden aan het begin van elk schooljaar via de schoolgids bekend gemaakt.
2.

De leerling maakt aan het einde van leerjaar 2 zijn/haar keuze voor een bepaalde onderwijsrichting/sector. De samenstelling van het vakkenpakket wordt bij invoering van het VMBO gekoppeld aan de gekozen sector. De keuze van de leerling wordt via de mentor doorgegeven aan de decaan.


Artikel 10 – Huiswerk

1. De docenten zien erop toe, dat het huiswerk de lessen ondersteunt.
2.

 




Het huiswerk dient:
- duidelijk opgegeven te worden
- zonodig richtlijnen te bevatten hoe het gemaakt/geleerd moet wordenen hoe het eventueel overhoord zal worden
- in het klassenboek en in de leerlingenagenda genoteerd te worden
- door de leerlingen nauwgezet gemaakt/geleerd te worden.
3. De docenten zien erop toe, dat de totale hoeveelheid opgegeven huiswerk geen onredelijke belasting voor de leerlingen oplevert.
4. Indien een docent vaststelt dat een leerling zijn/haar huiswerk niet of niet voldoende gemaakt heeft, kan hij, nadat de oorzaak daarvan is vastgesteld, strafmaatregelen treffen.
4.1. Indien een leerling het met de maatregel van de docent oneens is, gaat hij/zij dit eerst bespreken met de docent zelf. Indien hij/zij niet tot overeenstemming kan komen met de betreffende docent, kan hij /zij zich wenden tot de directeur onder- of bovenbouw.
4.2 Indien ook dit niet het gewenste resultaat oplevert, kan de leerling zich wenden tot de commissie zoals genoemd in artikel 17 van dit statuut.
5. De eerste schooldag na de herfst-, kerst-, voorjaars,- en paasvakantie en 6 december zijn huiswerkvrij.

Artikel 11 – Toetsing, beoordeling en rapportage

 1.       TOETSING

1.1 Toetsing van de vorderingen van het onderwijs kan geschieden door schoolonderzoeken, proefwerken, mondelinge en/of schriftelijke overhoringen, praktijkopdrachten en werkstukken.
1.2 Een proefwerk is een klassikale toets over de behandelde leerstof van een aantal lesuren.
1.3 Een proefwerk en de daarbij behorende stof wordt minstens 1 week van tevoren opgegeven.
1.4 De resultaten van een proefwerk worden binnen 10 schooldagen na afneming aan de klas bekendgemaakt.
1.5 In de onderbouw wordt niet meer dan een proefwerk per dag per leerling gegeven.
1.6 In de bovenbouw worden niet meer dan twee proefwerken per dag per leerling gegeven.
1.7

Het proefwerk wordt nabesproken in de les.

2.       BEOORDELING

2.1 De beoordelingsnormen van een proefwerk worden door de docent meegedeeld en zo nodig toegelicht.
2.2 De leerling heeft het recht het gecorrigeerde werk in te zien. Indien de leerling het niet eens is met de beoordeling, kan hij/zij dit binnen 1 week na inzage kenbaar maken aan de betreffende docent of aan de directeur onder- of bovenbouw.
2.3 Indien dit niet het gewenste resultaat oplevert, kan de leerling zich wenden tot de commissie, zoals genoemd in artikel 17 van dit statuut.
2.4 Bij wettige afwezigheid tijdens een proefwerk heeft de leerling het recht om het gemiste werk in te halen. Dit dient te gebeuren binnen 10 schooldagen nadat de leerling weer op school verschenen is, in overleg met de betreffende docent. De docent kan inhalen ook verplicht
stellen.
2.5 Bij fraude tijdens een proefwerk kan de docent de betreffende leerling het cijfer 1 toekennen. Indien de leerling het hiermee oneens is en niet tot overeenstemming met de docent komt, kan hij/zij zich wenden tot de directeur onder- of bovenbouw.
Indien dat niet het gewenste resultaat oplevert kan de commissie, zoals genoemd in artikel 17, ingeschakeld worden.
2.6

Voor schoolonderzoeken geldt de examenregeling van de school.

3.       RAPPORTAGE

3.1 Drie keer per jaar ontvangt de leerling een rapport met een overzicht van zijn/haar prestaties in een bepaalde periode voor alle vakken die hij/zij volgt.
3.2 Het rapport is gericht aan de leerling en zijn/haar ouders/verzorgers. Bij inlevering dient het door een van de ouders ondertekend te zijn.
3.3 Aan het einde van het schooljaar wordt het rapport eigendom van de leerling.
3.4 Aan het begin van elk schooljaar wordt aan de klas bekend gemaakt hoe de rapportcijfers voor elk vak berekend worden.
3.5 Een rapportcijfer wordt mede op grond van tenminste twee proefwerkcijfers vastgesteld.
3.6

De leerling dient voldoende gelegenheid te krijgen om raad te vragen/inlichtingen te ontvangen over de studieresultaten, achtereenvolgens bij de vakdocent, de mentor, de decaan of de leerlingbegeleider.

Artikel 12 – Schoolonderzoeken en examens

 De leerlingen van het examenjaar ontvangen vóór 1 oktober een voor de school geldend exemplaar van de regeling van de schoolonderzoeken en examens.

Artikel 13 – Aanwezigheid

1. De leerling is verplicht lessen bij te wonen volgens het voor hem/haar geldend rooster. Vrijstelling voor het volgen van lessen kan met inachtneming van de wettelijke voorschriften slechts door de schoolleiding gegeven worden.
2. De leerling dient tijdig in of bij het leslokaal aanwezig te zijn. Indien de leerling te laat is, dient hij/zij zich te melden bij de receptie van de school.
Bij te laat komen kunnen disciplinaire maatregelen getroffen worden, zoals genoemd in de artikelen 14 en 15 van dit statuut.
3. Indien een leerling verhinderd is de school te bezoeken, dient de school daarvan op de eerste ochtend, van het verzuim in kennis gesteld te worden door de ouders. Als de reden van verhindering anders is dan ziekte, moet aan de schoolleiding verlof voor de afwezigheid worden gevraagd.
4.

Indien de leerling anders dan met verlof of wegens ziekte de lessen verzuimt of afwezig is, terwijl hij/zij aanwezig dient te zijn, kan de schoolleiding passende maatregelen treffen en/of zonodig melding doen bij de leerplichtambtenaar van de gemeente waar de leerling ingeschreven staat.


Artikel 14 – Sancties op school

1. Indien de leerling de op school geldende regels overtreedt, kan een disciplinaire maatregel getroffen worden door de schoolleiding en/of het overig personeel van de school.
2. Voorbereiden van disciplinaire maatregelen:
- waarschuwing
- maken van strafwerk
- nablijven
- extra vroeg op school komen
- corvee

- schorsing


Artikel 15 – Schorsing en definitieve verwijdering

De centraal directeur kan besluiten tot schorsing of definitieve verwijdering van een leerling. Definitieve verwijdering kan plaatsvinden op grond van gedragingen (tussentijds) of op grond van onvoldoende leerprestaties (einde schooljaar). Bij het hanteren van deze middelen is de centraal directeur gehouden aan de op de school van toepassing zijnde wettelijke bepalingen.

Artikel 16 – Schoolregels

1. De leerling dient de aanwijzingen van de docent op te volgen. Dit in het belang van een goed onderwijsresultaat en ter bescherming van zichzelf en zijn/haar klasgenoten.
2. Voor de dagelijkse schoolregels wordt verwezen naar het leerlingenreglement.
3.

Indien de leerling uit de les gestuurd wordt, dient hij/zij zich te direct melden bij de door de school-leiding aangewezen functionarissen in lokaal 0.15.


Artikel 17 – Geschillencommissie

1.

Indien zich een geschil voordoet tussen de leerling en de docent, wordt getracht het geschil op
te lossen tussen betrokkenen. Indien dat niet lukt, wordt de schoolleiding ingeschakeld. Indien ook dat niet het gewenste resultaat oplevert, kan het geschil schriftelijk binnen 7 dagen worden voorgelegd aan de geschillencommissie.

 2.      Samenstelling

2.1 De geschillencommissie bestaat uit drie leden en drie plaatsvervangende leden. Ze worden voorgedragen door de Medezeggenschapsraad.
2.2 De centrale directie benoemt op voorstel van de MR de leden en de plaatsvervangende leden van de geschillencommissie.
2.3 Indien de centrale directie van het MR-voorstel wenst af te wijken, wordt dit met opgave van reden aan de MR meegedeeld.
2.4 De leden van de geschillencommissie zijn afkomstig uit de geledingen ouders, docenten en bestuur.
2.5 De leden van de geschillencommissie worden benoemd voor een periode van vier jaar en zijn daarna herbenoembaar.
2.6 De centrale directie stelt aan de commissie faciliteiten ter beschikking voor een goed functioneren van de commissie
2.7 De namen van de commissieleden worden gepubliceerd.
2.8

De geschillencommissie stelt een rooster van aftreden samen en zorgt voor de continuïteit van de samenstelling.

 

3.       Procedure

3.1 Personen uit alle geledingen van de school en ouders/verzorgers kunnen geschillen betreffende de rechtspositie van leerlingen en vermeende onjuiste uitvoering van het leerlingenstatuut voorleggen aan de geschillencommissie.
3.2 Geschillen kunnen alleen schriftelijk en alleen bij de leden van de commissie ingediend te worden. Eventueel kunnen zij mondeling worden toegelicht.
3.3 De geschillencommissie oordeelt of een klacht gegrond is en doet binnen 4 weken op grond van haar bevindingen aanbevelingen aan de centrale directie.
3.4 De centrale directie volgt in het algemeen het advies van de commissie op.
3.5 Indien de centrale directie het advies van de commissie niet wenst op te volgen, wordt dit met opgave van redenen binnen 4 weken aan de commissie meegedeeld.
3.6 Alle betrokken partijen kunnen binnen 2 weken tegen een uitspraak van de centrale directie in beroep gaan bij het bevoegd gezag.
3.7 De geschillencommissie toetst het geschil aan het leerlingenstatuut.
3.8 De commissie stelt degene(n) tegen wie een klacht ingediend is in de gelegenheid verweer te voeren voor de commissie.
3.9 Degene die een klacht ingediend heeft en degene tegen wie de klacht gericht is, kunnen zich bij de behandeling ervan laten bijstaan door een derde.
3.10 De betrokkenen en de commissieleden kunnen eventueel ter zitting getuigen oproepen.
3.11 De zitting van de geschillencommissie is openbaar, tenzij een van de betrokkenen of een van de commissieleden verzoekt om een besloten zitting te houden.
3.12

De uitspraak van de geschillencommissie is openbaar, tenzij een van de betrokkenen of een van de commissieleden verzoekt om haar geheim te houden.

Aldus vastgesteld te Waalwijk door het Algemeen Bestuur van de Stichting Samenwerkingsschool "de Overlaat"